SAMENWERKEN MET ONZE INSTINCTEN

BLOG 3 IN DE SERIE NEURO-SENSITIEVE MEDITATIES

In onze cultuur zijn we geneigd impulsen die uit ons lichaam komen niet als intelligent te beschouwen. Denk aan gapen, boeren, spontane gebaren en geluiden… het zijn uitingen van ons lichaam die we geneigd zijn te onderdrukken. Maar al deze instinctieve uitingen zijn gemaakt om ons leven te dienen. Ze zijn een bijdrage en geven vorm aan ons vermogen ons te reguleren. En een gezonde regulatie draagt bij aan een gevoel van veiligheid, tevredenheid en verbondenheid.

EEN HOOG ONTWIKKELDE BIO-COMPUTER

Ons lichaam is eigenlijk een hoogontwikkelde bio-computer, door miljoenen jaar gevormd, die nu de basis vormt van ons menselijk (over)leven. Onze biologische instinctieve intelligentie is enorm. Waarom zijn we dan geneigd om onze natuurlijke lichamelijk impulsen te veronachtzamen? En wat zou er veranderen als we bewust samen zouden werken met onze instinctieve erfenis?

HOGERE BREINFUNCTIES

Dankzij onze hogere breinfuncties is het mogelijk de informatie uit onze instinctieve intelligentie te onderdrukken. We kunnen een gevoel van honger en dorst tijdelijk onderdrukken, en lange tijd niet opmerken dat onze blaas vol zit. Dat heeft zijn nut, als we een taak willen afmaken die dringend is. Maar zodra de taak voorbij is is het veel voordeliger om onze lichamelijke impulsen op te merken en te vertrouwen.
Daarnaast onderdrukken we ook impulsen die ons wél bewust zijn, maar die sociaal als ongewenst worden beschouwd. We mogen niet boeren in het openbaar, niet trillen van opwinding of boosheid, niet te veel zuchten of gapen. Zingen en neurie?n zoals kinderen doen als ze lekker spelen, we leren het af als we groot worden. Om te horen bij onze familie, groep en cultuur hebben we geleerd om bepaalde instinctieve functies als negatief te zien en te onderdrukken.

BEVRIEND RAKEN MET DE LICHAMELIJKE IMPULSEN

Als we de informatie tussen lichaam en brein opnieuw een kans willen geven dan vraagt het van ons om een herwaardering van het instinctieve deel in ons. Dat begint met de erkenning dat in onze cultuur lichamelijke impulsen vaak niet op hun waarde worden geschat. Kunnen we opmerken dat er ook bij ons oordelen zijn over onze natuurlijke impulsen? En kunnen we onszelf uitnodigen om hier mild en vriendelijk op te reageren? Zodat er een ruimte ontstaat waarin onbevangen exploratie mogelijk wordt?
Een tweede stap zou zijn om de boodschappen uit het instinctieve deel niet alleen op te merken maar ook ermee bevriend te raken en te gaan waarderen. Het zijn immers boodschappers die ons helpen om voller en vollediger onze ervaring toe te laten. Hier is mindfulness weer zo’n mooi gereedschap: open, vriendelijke en niet-oordelende exploratie biedt de basis waarin we ons op dit avontuur kunnen inlaten.

GEBREKKIGE INFORMATIE

Als we leren de impulsen die uit het lijf komen op te merken en te waarderen krijgen we toegang tot een bron van kennis die vele malen rijker is dan wat ons denkende brein kan produceren. We zijn vollediger en meer belichaamd geïnformeerd.
We dragen dan bij aan een ontwikkeling waarbij we  cognitieve, emotionele én lichamelijke wijsheid aan elkaar koppelen. We leren de intelligentie van het lijf te combineren met bewuste waarneming. Er vindt integratie plaats tussen hogere en lagere delen in ons brein en er vindt integratie plaats tussen de intelligentie van ons denken en de intelligentie van ons lichaam.

DE ORIËNTATIE-RESPONS

Een van de oerinstincitieve impulsen die wij mensen gemeen hebben met het hele dierenrijk is de orie?ntatierespons. Als we een geluid horen dat we niet kunnen duiden, dat plotseling is en onverwacht dan hoeven we niet erover na te denken: ons hoofd draait naar de bron van dat geluid, om te onderzoeken of het veilig is of dat er gevaar dreigt. Dat is de eerste functie van de orie?ntatierespons: een instinctieve impuls om te overleven. De tweede functie is verkenning en exploratie. Ook als er geen gevaar is hebben we een beweeglijke nek en hoofd nodig om onze omgeving te verkennen. Bij elk onderzoek in onze omgeving, bij ontmoetingen en bij praktische taken in het dagelijkse leven bewegen we dus de nek en het hoofd om voor maximale veiligheid en afstemming te zorgen in de samenwerking met onze omgeving.

Omdat dit zo’n oeroude functie is die bijdraagt aan het gevoel veilig te zijn, speelt het ook een grote rol bij het verwerken van stress. Een mens die zich onveilig voelt heeft een gespannen nek en een verstarde of geblokkeerde orie?ntatie. Als we dan onderzoeken of we ons hoofd ook anders kunnen bewegen en behoedzaam onderzoeken of er beweging mogelijk is dan is dat een directe ervaring van fysieke veiligheid.

Ben je benieuwd of mindfulness ook iets voor jou is? Kijk bij de mindfulness activiteiten en trainingen.

Geef een antwoord